Sporen uit de ijstijd in Buffer Zuid: een pingoruïne
In de bodem van Buffer Zuid ligt op één plek een bijzonder stukje geschiedenis. Tijdens de ijstijd was de grond bevroren. Daaronder verzamelde zich een laag water en ook dat water bevroor. Zo ontstond een laag ijs in de bodem: een ijslens. Die ijslens duwde de grond omhoog als een heuvel: dit noemen we een pingo.
Toen het warmer werd, smolt het ijs. De heuvel zakte in en er bleef een ronde kuil over: een pingoruïne. Die kuil vulde zich met water en later met veen. In de bodem herken je die ronde vorm nog steeds. Het maaiveld ligt op deze plek ook iets lager. Zo ontdekten we de pingoruïne.
Hoe oud de pingo precies is, weten we nog niet. Om daarachter te komen, gaat er een pollenmonster naar het lab. Pollen zijn kleine deeltjes die planten verspreiden, een soort stuifmeel. Ze kunnen vertellen uit welke periode de grond stamt. De uitkomst verwachten we later dit jaar. Zodra de resultaten bekend zijn, lees je daar meer over.
Wanneer Buffer Zuid klaar is, kun je de pingoruïne zelf bezoeken. In onderstaande schetsimpressie zie je hoe de vorm van de pingo zichtbaar blijft. Palen in het water markeren de ronde rand. Op het land komt een miniatuurvariant met een grondwal. De plek blijft dus behouden, zodat je er zelf heen kunt om te zien waar de ijstijd zijn sporen heeft achtergelaten.
